Eind jaren vijftig zie ik voor het eerst het daglicht in Genève (Zwitserland). Mijn jeugd heb ik doorgebracht tussen de kantons Genève en Vaud. Halverwege de jaren 70 werpt zich de keus, Zwitser worden of teruggaan naar een land dat Pays-Bas heet.
Als minderjarige is de keus voor mij gemaakt. Het wordt Pays-Bas. Dit is een enerverende periode omdat je alles achter je laat, je vertrekt naar een land waar je de taal niet eens kent en ook de gewoontes niet.
Tekenen met potlood doe ik al van jongs af aan. Vaak concreet natekenen van landschappen, dieren en portretten. Ook abstracte vormen en figuren, heel passend voor de periode jaren zestig en jaren zeventig. Dit komt goed van pas om mij te uiten. Met de getekende portretten heb ik zo mijn eigen mensen gemaakt. Hiermee kan ik in Nederland de eenzaamheid trotseren.
Na veel op en neer gereis en veel onzekerheden heb ik halverwege de jaren tachtig besloten om het heft in eigen handen te nemen. Ik ga definitief naar Nederland. Langzaam begin ik mij de Nederlandse cultuur en taal eigen te maken en treed ik voorzichtig naar buiten.
Eind jaren tachtig leer ik mijn huidige vrouw kennen. Eerst zij en later mijn zoon en dochter zijn dan ook dankbare onderwerpen om te fotograferen. Het tekenen heb ik daarom al weer vrij snel verruild voor het fotograferen iets wat ik als kind ook altijd al graag heb gedaan.